63. Art. 79 van het Weens Koopverdrag bepaalt dat een partij niet aansprakelijk is indien ze aantoont dat een tekortkoming aan haar contractuele verbintenis werd veroorzaakt door een verhindering die buiten haar macht lag en dat van haar redelijkerwijs niet kon worden verwacht dat zij bij het sluiten van de overeenkomst met die verhindering rekening zou hebben gehouden of dat zij de gevolgen ervan zou hebben vermeden of te boven zou zijn gekomen. In een arrest van 19 juni 2009 besloot het Hof van Cassatie dat gewijzigde omstandigheden die niet redelijkerwijs voorzienbaar waren bij de contractsluiting en die onmiskenbaar van aard zijn om de last van de uitvoering van de overeenkomst op onevenredige wijze te verzwaren onder omstandigheden een verhindering kunnen uitmaken in de zin van voormeld art. 79. Dit arrest kan een belangrijke doorbraak voor een ruime interpretatie van het begrip overmacht zijn.
Het Hof van Cassatie aanvaardt dus dat een wijziging in omstandigheden die de last van de uitvoering van de overeenkomst voor een partij op onevenredige wijze verzwaart voor die partij een verhindering kan uitmaken. De tekst van het artikel 79 van het Weens Koopverdrag bepaalt niet of de daarin geviseerde verhindering overmacht dan wel imprevisie betreft. Dit hoeft er niet aan in de weg te staan dat deze rechtspraak wellicht ook zijn gevolgen zal hebben op de toepassing van de internrechtelijke overmachtsleer. Een verhindering (of onmogelijkheid) tot uitvoering is één van de elementen die vereist is opdat er sprake kan zijn van overmacht, naast de vereiste dat het moet gaan om een onvoorzienbare en onvermijdbare gebeurtenis die onafhankelijk is van de wil van de schuldenaar. Als het Hof coherent is zullen partijen dus onevenredige verzwaarde omstandigheden kunnen inroepen om aan de vereiste van “verhindering” of “onmogelijkheid” te voldoen, ook in het kader van overmacht.
Terug binnen het kader van de toepassing van het Weens Koopverdrag zelf, is het arrest ook nog op een ander punt interessant. Art. 79 bepaalt dat de schuldenaar onder de geschetste voorwaarden niet aansprakelijk kan zijn maar voorziet verder niet in de regeling van het lot van de overeenkomst. Het Hof heeft, ter aanvulling van deze leemte, naar de Unidroit regelen gegrepen die bepalen dat de door hardship getroffen partij een heronderhandeling van de overeenkomst kan vragen om te beslissen dat de wederpartij verplicht kan worden de contractvoorwaarden te heronderhandelen. Voor het interne Belgische recht is dit luik van de beslissing wellicht minder relevant omdat Belgisch recht geen imprevisie kent.