Het lot van licentieovereenkomsten bij faillissement licentieverlener

Bij faling stelt zich steeds de vraag naar het lot van de contracten die de gefailleerde gesloten heeft. Zeker de partij die  een bepaalde technologie of een belangrijke software in licentie genomen heeft   zal zich zorgen maken als ze verneemt dat de licentieverlener failliet is. De regel voor overeenkomsten in het algemeen is dat de curator na het faillissement kan beslissen een einde aan de lopende overeenkomst te maken (art; 46 Faill. W.). In dat geval zal de wederpartij weliswaar aanspraak kunnen maken op de vergoeding van de schade die ze lijdt als gevolg van de vervroegde opzegging, maar deze vordering zal maar voldaan worden in de mate dat het actief van de gefailleerde vennootschap dit toelaat en nadat de bevoorrechte schuldeisers zijn uitbetaald. Het is duidelijk dat deze schadevergoeding maar een magere troost zal zijn. Dit zal des te meer het geval zijn omdat de door de licentienemer geleden schade dikwijls onrechtstreekse schade zal zijn (gederfde winst, verliezen in de bedrijfsvoering) die moeilijk te bewijzen is en waarvan de vergoeding ook vaak contractueel uitgesloten is. Verder lezen

Geef een reactie

Opgeslagen onder Duur en Beëindiging, intellectuele eigendom

Overmacht omvat ook de redelijke onmogelijkheid

63. Art. 79 van het Weens Koopverdrag bepaalt dat een partij niet aansprakelijk is indien ze aantoont dat een  tekortkoming aan haar contractuele verbintenis werd veroorzaakt door een verhindering die buiten haar macht lag en dat van haar redelijkerwijs niet kon worden verwacht dat zij bij het sluiten van de overeenkomst met die verhindering rekening zou hebben gehouden of dat zij de gevolgen ervan zou hebben vermeden of te boven zou zijn gekomen. In een arrest van 19 juni 2009 besloot het Hof van Cassatie dat gewijzigde omstandigheden die niet redelijkerwijs voorzienbaar waren bij de contractsluiting en die onmiskenbaar van aard zijn om de last van de uitvoering van de overeenkomst op onevenredige wijze te verzwaren onder omstandigheden een verhindering kunnen uitmaken in de zin van voormeld art. 79. Dit arrest kan een belangrijke doorbraak voor een ruime interpretatie van het begrip overmacht zijn. Verder lezen

Geef een reactie

Opgeslagen onder Overmacht, hardship, imprevisie

Het recht toepasselijk op grensoverschrijdende overeenkomsten

62. Sinds eind vorig jaar wordt voor de EU rechtbanken het recht toepasselijk op grensoverschrijdende overeenkomsten bepaald aan de hand van de Rome-I Verordening. Deze verordening is de opvolger van de Rome Conventie van 1980 (EVO). Net zoals het EVO is de het uitgangspunt dat partijen vrij zijn het op hun overeenkomsten toepasselijke recht contractueel te kiezen.

Hieronder een selectie van een aantal frappante punten uit de Rome-I Verordening:

  • Zoals het EVO kent de Rome-I Verordening een universele werking. Het door de verordening aangewezen recht is bijgevolg van toepassing ongeacht of het aangewezen recht het recht van een lidstaat is. Het volstaat dat een zaak voor een rechtbank van een lidstaat aanhangig gemaakt wordt.
  • Volgens overweging 7 moet de materiële toepassing van de Rome-I verordening zoveel als mogelijk stroken met de EEX verordening (die de bevoegdheidsregels bevat) en met de Rome-II verordening inzake het recht van toepassing op niet-contractuele verbintenissen.
  • Uitgesloten van de toepassing van de verordening zijn verbintenissen uit overeenkomst die voortvloeien uit wisselbrieven, cheques, orderbriefjes, verhandelbare waardepapieren. Kwesties die verbonden zijn met het vennootschaps-, verenigings-, en rechtspersonenrecht worden geacht onlosmakelijk verbonden te zijn met het recht dat ook de andere aspecten van de vennootschap, vereniging of rechtspersoon regelt. Verder lezen

Geef een reactie

Opgeslagen onder Internationaal recht, Uncategorized

Verweer van niet-uitvoering bij samenhangende overeenkomsten

61. Kan een partij die een contractuele verplichting niet uitoefent zich verweren door te stellen dat de wederpartij een contractuele verplichting die op haar rust niet nakomt zelfs als deze uit een andere overeenkomst vloeit? Het hof van beroep in Antwerpen meent van wel indien er zowel tussen de twee overeenkomsten als tussen de twee verbintenissen voldoende samenhang is. Verder lezen

Geef een reactie

Opgeslagen onder Aansprakelijkheid, Recent gelezen

Informatieplicht


60. Een arrest van het hof van beroep van Brussel 14 maart 2008 is voor Bart Van Den Bergh aanleiding om in een recent nummer van het T.B.B.R. (2009/7, p. 366), nog eens vrij gedetailleerd  en systematisch over de informatieplicht van partijen bij een handelsovereenkomst te gaan. Daarin wordt de plicht geschetst van de partijen om zichzelf te informeren en om informatie aan de wederpartij te verstrekken. Er wordt ook in nagegaan wat die plicht kan betekenen voor de schadevergoeding die partijen kunnen eisen en wat de gevolgen van bedrog zijn. Verder lezen

Geef een reactie

Opgeslagen onder Aansprakelijkheid, Recent gelezen

Take or Pay bepalingen

59.  Een take or pay bepaling is een bepaling in een overeenkomst waardoor één partij er zich toe verbindt in de toekomst van de andere een bepaalde hoeveelheid producten af te nemen of, indien hij ze niet afneemt, ze toch te betalen. De leverancier verbindt er zich toe de overeengekomen hoeveelheden ter beschikking van de afnemer te zullen houden. Dit soort bepalingen komt vooral voor in lange termijn overeenkomsten voor grondstoffen en energie. In een artikel in het Journal des Tribunaux van 23 mei jl. (B. Kolh, R. Salzburger en M. Vanwijck-Alexandre: “Les clauses take or pay: des clauses originales et méconnues”) buigen een aantal auteurs zich over dit soort bepalingen vanuit  het Belgisch recht. Verder lezen

Geef een reactie

Opgeslagen onder Aansprakelijkheid, bijzondere overeenkomsten, Recent gelezen

Wat te doen bij niet-uitvoering van een contract?

58. Bij niet-uitvoering van een contractuele verbintenis heeft de schuldeiser de keuze om ofwel de ontbinding van de overeenkomst met schadevergoeding te vorderen ofwel de utvoering van de verbintenis.
Verder lezen

Geef een reactie

Opgeslagen onder Aansprakelijkheid, Duur en Beëindiging

Bewijskracht e-mails

57.  Een e-mail bericht heeft in het Belgisch recht in beginsel dezelfde bewijskracht als een geschrift. Daartoe is niet vereist dat het bericht voorzien is van een (gecertificeerde) elektronische handtekening. Zeker in handelsbetwistingen maken e-mails meer wel dan niet deel uit van de bewijsvoering. In een arrest van 10 maart 2008 maakt het Hof van Beroep te Gent echter een voorbehoud bij de bewijskracht van e-mails. Het hof oordeelde dat een e-mail bericht dat verstuurd werd via interne bedrijfsmail (bedoeld wordt een interne mail server want de mail had wel degelijk een externe bestemming) geen bewijswaarde heeft vermits de beheerder volledige controle had over het systeem. Daardoor kon de verzendingsdatum gemanipuleerd zijn. Het hof beriep zich voor haar beslissing ook op andere feitelijke elementen in de concrete zaak die op een manipulatie wezen. De beslissing van het hof heeft dus vermoedelijk geen absolute precedentswaarde maar toont wel aan dat bewijs door e-mails, afhankelijk van de feiten, kan gecontesteerd worden.

Geef een reactie

Opgeslagen onder De Kantlijn

Geldige Leeuwenbedingen (update)

56. In een beslissing van 29 mei 2006 sprak het Hof van Beroep van Brussel zich uit over de geldigheid van een overeenkomst tussen aandeelhouders van een NV waarbij aandeelhouders er zich, naar aanleiding van een kapitaalsinbreng, tegenover één van hen (het Participatiefonds) toe verbonden zijn aandelen na verloop van tijd volgens een vast schema en aan de intekenwaarde terug te kopen, zelfs na faillissement (een zogenaamde portageovereenkomst). Na het effectieve faillissement van de vennootschap beriepen de onfortuinlijk verbonden aandeelhouders zich op het verbod van leeuwenbeding (art. 32 W. Venn.)  Het Hof oordeelde echter dat [om al dan niet te besluiten tot het bestaan van een nietig leeuwenbeding] niet zozeer het effect van de overeenkomst op de verdeling van winst en verlies wezenlijk was, maar wel of de overeenkomst gericht was op een afbreuk aan de vennootschapsovereenkomst, dan wel een ander doel beoogde. Het Hof besloot dat het laatste het geval was,   zelfs indien het Participatiefonds niet van plan was te delen in het verlies van de vennootschap. Uit de overeenkomst bleek immers dat zij in wezen bedoeld was als een financieringsoperatie door tijdelijke deelname, en niet als een toetreding van een nieuwe vennoot.

Dit arrest is nu door het Hof van Cassatie bevestigd in een arrest van 29 mei 2008. Verder lezen

Geef een reactie

Opgeslagen onder Vennootschappen

Bepaalde en onbepaalde duur, verlenging en vernieuwing

55. Reeds eerder werd op deze blog het standpunt ingenomen dat overeenkomsten van bepaalde duur die voorzien in stilzwijgende verlengingen (behoudens opzegging door één van de partijen) daardoor geen overeenkomsten van onbepaalde duur worden, ook al valt het bij de aanvang van de overeenkomst niet exact te zeggen wanneer de overeenkomst een einde zal nemen. Dit zou niet alleen niet stroken met de bedoeling van de partijen, die voor een bepaalde duur gekozen hebben.  Het belang van het onderscheid bepaalde/onbepaalde duur  ligt daarenboven in het feit dat partijen bij een overeenkomst van onbepaalde duur steeds kunnen opzeggen zodat ze niet eeuwig door hun overeenkomst gebonden hoeven te blijven. Bij een overeenkomst voor bepaalde duur, ook al is ze stilzwijgend verlengbaar, bestaat dit risico uiteraard niet. Geen nood dus om van deze overeenkomst een overeenkomst van onbepaalde duur te maken, tenzij we ervan uit gaan dat het de wetgever niet alleen toekomt te bepalen waartegen partijen moeten beschermd worden maar ook nog op exact welke wijze. Verder lezen

Geef een reactie

Opgeslagen onder Duur en Beëindiging