Bij faling stelt zich steeds de vraag naar het lot van de contracten die de gefailleerde gesloten heeft. Zeker de partij die een bepaalde technologie of een belangrijke software in licentie genomen heeft zal zich zorgen maken als ze verneemt dat de licentieverlener failliet is. De regel voor overeenkomsten in het algemeen is dat de curator na het faillissement kan beslissen een einde aan de lopende overeenkomst te maken (art; 46 Faill. W.). In dat geval zal de wederpartij weliswaar aanspraak kunnen maken op de vergoeding van de schade die ze lijdt als gevolg van de vervroegde opzegging, maar deze vordering zal maar voldaan worden in de mate dat het actief van de gefailleerde vennootschap dit toelaat en nadat de bevoorrechte schuldeisers zijn uitbetaald. Het is duidelijk dat deze schadevergoeding maar een magere troost zal zijn. Dit zal des te meer het geval zijn omdat de door de licentienemer geleden schade dikwijls onrechtstreekse schade zal zijn (gederfde winst, verliezen in de bedrijfsvoering) die moeilijk te bewijzen is en waarvan de vergoeding ook vaak contractueel uitgesloten is. Verder lezen